De kracht van de leesvraag

Geschreven door
Sam
De basis van ons programma is de dagelijkse zelfstandig leesles. Een van de vaste onderdelen in de les is de leesvraag, waarmee we leerlingen stimuleren te praten over wat ze lezen. Tutor Sam neemt ons mee de les in en neemt de leesvraag onder de loep!

Goedemorgen! Vandaag neem ik je mee de leesles in: van de eerste minuut, tot de reacties van de leerlingen. Minimaal twee keer per week start de leerkracht met een korte miniles; op de andere dagen is er ruimte voor een andere leuke werkvorm om boeken te promoten. De les start met een voorbespreking van het boek. De kaft wordt bekeken, verwachtingen worden uitgesproken en de leerkracht leest één of twee bladzijden voor. Tot slot wordt er een leesvraag gesteld waar de kinderen tijdens het lezen mee aan de slag gaan. Die leesvraag speelt een centrale rol in de les; daarover straks meer.

Na de miniles gaan de leerlingen twintig minuten lezen. Ze kruipen lekker in hun boek en in de groepen 5 en 6 is het daarna heerlijk stil: iedereen verdiept zich in zijn of haar eigen verhaal. In groep 4 wordt er vaak nog hardop in duo’s gelezen, maar naarmate de kinderen ouder worden, groeit ook de rust, het niveau en de concentratie. Na het lezen wordt de leesvraag samen besproken.

Waarom een leesvraag?

Vandaag zoomen we in op die leesvraag. Hoe ziet zo’n leesles met leesvraag eruit? Hoe reageren de leerlingen? En welke vragen werken nu écht goed? De leesvraag wordt altijd vóór het lezen gesteld. Daardoor gaan de leerlingen gericht lezen: ze zijn niet alleen bezig met wat er gebeurt in het verhaal, maar ook met hoe en waarom. Het is een mooi inkijkje in hun hoofd en je ziet dat ze zich steeds bewuster worden van hun eigen leesproces. Voorbeelden van leesvragen zijn:

· Wat staat er in jouw boek waardoor je verder wil lezen? Waardoor wordt jouw interesse gewekt?

· Herken je iets van jezelf in je boek?

· Helpen de plaatjes in jouw boek je om onbekende woorden te begrijpen? Of legt de schrijver op een andere manier onbekende woorden in de tekst uit?

· Wat spreekt jou aan in boeken? Hoe kies jij een boek uit?

‘Ik herken mezelf in het personage’

De reacties van leerlingen zijn verrassend rijk. In het begin zijn antwoorden vaak kort: “Het is spannend” of “Ik vind het leuk omdat het over dieren gaat”. Maar naarmate de weken verstrijken, zie je duidelijke groei. Leerlingen gaan uitgebreider vertellen en gebruiken steeds vaker woorden als spannend, grappig, zielig of verwarrend, mét uitleg erbij. Zo hoor je reacties als:

· “Ik wil doorlezen, omdat het hoofdstuk eindigt met een vraag.”

· “Ik herken mezelf in het personage, omdat hij soms ook niet zijn eigen mening durft te geven.”

· “Ik snapte het woord niet, maar door even verder en terug te lezen kon ik het uit de context halen.”

Boeken gaan leven

Leerkrachten verwerken de leesvraag op verschillende manieren. Soms wordt de vraag klassikaal besproken, soms praten de leerlingen erover in tweetallen of kleine groepjes. Andere keren tekenen ze iets bij hun antwoord of schrijven ze een korte reactie op een briefje. Die variatie zorgt ervoor dat het fris blijft en dat ieder kind op zijn eigen manier kan meedoen.

Wat vooral opvalt, is dat leerlingen gedurende de maanden steeds actiever en bewuster reageren op de leesvragen. Ze luisteren beter naar elkaar, bouwen voort op elkaars antwoorden en durven hun mening te geven. De gesprekken over boeken worden rijker en betekenisvoller.

De leesvraag blijkt daarmee een waardevolle toevoeging aan de leesles. Het verdiept het lezen, stimuleert reflectie en laat leerlingen groeien. Niet alleen als lezers, maar ook in hoe ze praten over wat ze lezen. En misschien wel het mooiste: boeken gaan écht leven in de klas.

Terug
Je aanmelding voor de nieuwsbrief is gelukt!
Oeps! Er ging iets mis bij het aanmelden voor de nieuwsbrief.