Praten over lezen: wat leesgesprekken ons leren

Geschreven door
Noortje
Praten over boeken helpt kinderen om beter te begrijpen wat ze lezen; daar geloven we bij LeesLab heilig in! Daarom voeren tutoren en leerkrachten regelmatig korte leesgesprekken met leerlingen. Niet als toetsmoment, maar om te ontdekken: hoe leest een kind, wat beleeft het en welk boek past écht?

Noortje Hermans, tutorplus bij LeesLab, heeft in de afgelopen periode tientallen leesgesprekken gevoerd en benadrukt dat het om veel meer gaat dan alleen leesniveau. “Je ziet niet alleen hoe goed een kind leest,” zegt ze, “maar ook hoe het denkt, voelt en praat over verhalen.”

Van ‘wat is een boek?’ naar echte gesprekken

Noortje merkt op dat leesgesprekken in groep 4 vaak nog heel basaal zijn. “Veel kinderen hebben nog nauwelijks taal om over boeken te praten. Sommigen hebben zelfs nog geen goed idee wat een boek of verhaal eigenlijk is, bijvoorbeeld dat je aan het begin begint, of dat een verhaal uit hoofdstukken kan bestaan.” In die fase gaat het gesprek vaak eerst over de basis: wat is een tekst, hoe werkt een verhaal en hoe geef je woorden aan wat je leest?

Vanaf eind groep 4 en in groep 5 zie je verschillen ontstaan. “Sommige kinderen kiezen moeiteloos een boek en kunnen al praten over personages, gebeurtenissen en wat een verhaal met hen doet. Andere leerlingen kunnen dat nog minder, bijvoorbeeld omdat ze die ervaring van huis uit minder hebben meegekregen. In dat geval praat ik met de leerlingen over interesses: wat vind jij leuk? Waar word jij nieuwsgierig van?”

Goed kunnen lezen, maar er niet over kunnen praten

Leesgesprekken maken vaak een bredere uitdaging zichtbaar: gespreksvaardigheid. Noortje: “Je ziet kinderen die technisch heel goed lezen, die bijvoorbeeld in groep 4 al boeken van Harry Potter lezen, maar die niet goed kunnen uitleggen waarom ze een boek leuk vinden.” Het leesplezier is er dan wel, maar de taal om erover te praten nog niet. Juist daarom zijn gesprekken zo belangrijk. “Lezen, begrijpen en praten horen bij elkaar. Als er nooit wordt gepraat over wat een kind leest, dan kan het begrip op een gegeven moment vastlopen.”

Aansluiten bij wat een kind al weet

De taal niet hebben om te praten over wat je leest, kan samenhangen met het feit dat niet elk kind een rijke talige basis heeft. In dat geval helpt het om naar andere kennisbronnen te zoeken: interesses, ervaringen thuis, talenten. “Een leerling had niks met boeken over kinderen in andere landen, het thema op dat moment, maar was gek op sport”, vertelt Noortje. “Dan ga je samen zoeken naar boeken over wedstrijden, spanning, winnen en verliezen. Het kan dus breder zijn dan bijvoorbeeld een voetbalboek, maar het moet wel aansluiten bij zijn belevingswereld.” Deze aanpak is geïnspireerd op een brede visie op taalontwikkeling: niet focussen op wat een kind mist, maar op wat het al meebrengt.

Meer dan lezen alleen

Soms brengen leesgesprekken onverwachte ontdekkingen. “Je komt er ineens achter dat een leerling thuis een andere taal spreekt en die ook kan lezen”, zegt Noortje. “Als je dan een boek in de thuistaal kunt vinden, groeit het begrip meteen. En het maakt de verbinding tussen thuis en school veel sterker.” Volgens haar onderstreept dat ook het belang van meertalige tutoren, die zulke gesprekken kunnen verdiepen. Leerlingen voelen zich bovendien enorm gezien wanneer zij hun thuistaal kunnen inzetten.

Leesgesprekken gaan dan ook uiteindelijk niet alleen over boeken, maar ook over motivatie en relatie. “Het is een moment van echte aandacht”, meent Noortje. “Leerlingen merken: er is iemand die naar mij luistert, die wil weten wat ik lees en wat ik daarvan vind. Dat werkt enorm motiverend.” Samen met een leerling een boek vinden dat écht past, is volgens Noortje dan ook een enorm succesmoment. “Je ziet gelijk dat het plezier en zelfvertrouwen van een kind groeien.”

Terug
Je aanmelding voor de nieuwsbrief is gelukt!
Oeps! Er ging iets mis bij het aanmelden voor de nieuwsbrief.